In de wei bij het kanaal daar, Nieuwe stenen, nieuwe stad. Waar de hond wordt uitgelaten En de buurvrouw staat te praten Over alle kapriolen van haar kat. Daniël, je kan niet knikkeren. Al je bonken zijn nu van mij. Bosse, jongen, doe niet vervelend nou. Jij zag zelf: ik won, niet jij. Maar Bosse nam de knikkers mee En stal van alles en nam veel mee. Zelfs toen hij eenmaal ouder was. Geen haar veranderd van de kleuterklas. Oh, lieve papa, ik kijk altijd zo uit Naar zondag als jij het vlees weer een keer snijdt. Oh, lieve God, ja, dat kan jij zo goed Met je dikke portomonnee met al die flappen. Ja, lieve papaatje, je hoort bij je graatje. Ja!